036 52 191 60

BAANREGLEMENT

Iedere speler die de banen en/of de oefenfaciliteiten van de Golfclub Almeerderhout betreedt, dient kennis te hebben genomen van dit baanreglement en dient zich daar gedurende het verblijf en het spelen aan te houden.

Aanmelden bij de receptie, caddiemaster of via de computer in de hal van het clubgebouw

Voor de start van iedere ronde – ook op de Par 3 baan – dienen (business)leden zich of bij de receptie, de caddiemaster of via de computer in de hal aan te melden. Spelers die de baan in gaan op een toegewezen starttijd die ligt vóór de aanwezigheid van de receptie of caddiemaster dienen zich na afloop van hun ronde te melden.

Greenfeespelers én introducés dienen hun NGF-handicapbewijs te tonen en de verschuldigde greenfee te voldoen voor zij de baan in gaan.

Starten

Uiterlijk tien minuten voor uw starttijd dient u, speelgereed, op de eerste tee te zijn. Bij te laat komen loopt u het risico dat uw starttijd vervalt en kan het zijn dat u opnieuw een starttijd moet aanvragen.

Indien men niet verschijnt en zich niet minimaal twee uur van te voren heeft afgemeld dan wordt dit beschouwd als een no-show. Dit geldt ook indien iemand voor een ander, zonder diens medeweten, een starttijd reserveert. Zowel aan leden als aan greenfee-spelers wordt bij een no-show de van toepassing zijnde greenfee in rekening gebracht.

Kleding, schoeisel en materiaal

Iedere speler wordt geacht correcte golfkleding te dragen. Zo geldt een verbod op het dragen van trainingspakken, voetbal- of andere zeer korte -broeken en mouwloze blouses/shirts en T-shirts.

Toegestaan zijn onder meer:

  • Pantalon of bermuda
  • Golfrok voor de dames
  • Polo of mouwloos shirt met kraag voor de dames
  • Polo met kraag en mouwen of golfshirt voor de heren.

Op de banen en oefengreens zijn uitsluitend golfschoenen toegestaan. In het restaurant en op de trappen zijn uitsluitend normale schoenen of golfschoenen met soft spikes toegestaan.

Iedere speler moet tijdens het spelen altijd een golftas met clublabel of greenfeelabel bij zich hebben.

Handicap

Op de baan worden alleen spelers toegelaten die in het bezit zijn van een officiële (NGF/club)–handicap, minimaal handicap 54.
Spelers met baanpermissie, verleend door een van de Golfprofessionals van de Golfacademy van Golfclub Almeerderhout, kunnen alleen op de Par 3 baan spelen.
Tijdens het weekeinde krijgen greenfee-spelers alleen toegang tot het 18 holes wedstrijdparcours als zij een handicap van maximaal 28 hebben. Het weekeinde betreft vrijdag, zaterdag en zondag..

Slow play

Zodra uw flight de aansluiting verliest met de flight voor u dient u de achter u spelende flight, wanneer u hen ophoudt, door te laten. Indien tussen uw flight en de vorige flight meer dan één hole ruimte is ontstaan, kan de marshal u verzoeken uw bal op te nemen en naar de volgende afslag te gaan.

De tees zijn afgestemd op handicap-categorieën. Om optimaal spelplezier te hebben van uw ronde, adviseren wij u onderstaande richtlijnen voor Pace of Play te spelen.

Dames Heren
Oranje 37 – 54 37 – 54
Rood 10 – 36 29 – 36
Blauw 0 – 9,9 29 – 36
Geel 10 – 28,9
Wit 0 – 9,9

Alleen spelers met een handicap van 9,9 of lager mogen gebruik maken van de backtees (wit voor heren en blauw voor dames).

Aanwijzingen van Management, Marshals, Greenkeepers of Caddiemasters dienen strikt te worden opgevolgd. Het niet terstond opvolgen van zulke aanwijzingen zal conform het gestelde in de Overige Bepalingen worden behandeld.

Het maximum aantal spelers per flight bedraagt vier personen. De maximale handicap per flight is 108. De Caddiemaster is bevoegd op drukke dagen uitsluitend drie- of vierballen te laten starten. Het is nooit toegestaan zelfstandig, dit wil zeggen zonder expliciete aanwijzing van een Marshal, een flight te splitsen.
In voorkomende gevallen kan het Management maatregelen nemen om de doorloopsnelheid te bevorderen.

Veiligheid

Spelers zijn te allen tijde verantwoordelijk voor hun eigen veiligheid. U betreedt de golfbaan op eigen risico.

Bij (dreigend) onweer: neem afstand van uw golfuitrusting en schuil in één van de schuilhutten op de baan (zie voor de locaties het kaartje op de score card) of in een auto op de parkeerplaats. Blijf sowieso niet in uw golfbuggy zitten. Het beste is het echter om te schuilen in een gebouw (bijvoorbeeld het clubgebouw). Sluit ramen en deuren en blijf weg van de ramen. Blijf ook uit de buurt van stromend water en ga zeker niet douchen.

Wanneer door (weers)omstandigheden speciale veiligheidsmaatregelen van toepassing zijn, wordt dit kenbaar gemaakt op het mededelingenbord bij de ingang van het clubhuis.

Lees hier het mist-protocol.

Gedrag door de baan

Een speler mag de bal niet slaan als het baanpersoneel hierdoor zou kunnen worden geraakt. Er mag pas geslagen worden als het baanpersoneel door een signaal (hand opsteken) hiervoor toestemming geeft.

Driving range ballen mogen niet worden gebruikt buiten de Driving range.

Het is op de Driving range niet toegestaan om over de boundary netten heen te slaan. Eventuele schade zal worden verhaald op de verantwoordelijke.

Andere dan aan de Golfclub Almeerderhout verbonden golfprofessionals zijn niet bevoegd tot het geven van instructie.

Huisdieren zijn op de banen, Driving range, oefengreens en in het clubhuis niet toegestaan.

Het gebruik van mobiele telefoons is niet toegestaan, tenzij er sprake is van een noodsituatie. Men dient mobiele telefoons uit te schakelen of het geluid uit te zetten.

U mag met uw trolley of handicart niet over de voorgreen rijden.

Wanneer het noodzakelijk is overdag te beregenen, is het spelers niet toegestaan de sproeiers te verdraaien of hun werking op andere wijze te beïnvloeden. Dit wordt beschouwd als een zeer ernstige overtreding en deze zal als zodanig worden behandeld als bij Overige Bepalingen.

De baan betreden met als enig doel het zoeken van golfballen is niet toegestaan.

Het is verboden op of rondom van het complex door derden aangeboden golfballen te kopen. Dit geldt uiteraard niet voor aankoop van ballen in de golfshop.

De baan spelen in een andere dan de gebruikelijke volgorde is slechts toegestaan wanneer dat is aangegeven door de Caddiemaster en/of de wedstrijdcommissie.

Zorg voor de baan

Uitgeslagen plaggen moeten worden teruggelegd en zorgvuldig aangetrapt.

Het maken van een oefenswing op een afslagplaats is niet toegestaan.

Na het spelen van een bal uit een bunker dient de bunker te worden aangeharkt en de hark weer in de bunker te worden teruggeplaatst.
Het is belangrijk dat niet alleen naar de persoon toe wordt geharkt, maar ook van de persoon af. Hierdoor kan bijvoorbeeld voorkomen worden dat men ‘downhill’ in een bunker komt te liggen.

Op de greens moeten pitchmarks worden gerepareerd. Elke speler is in de baan daarom verplicht een pitchfork bij zich te hebben. Wanneer een speler geen pitchmarks repareert, kan hij daarop worden aangesproken. Wanneer een speler geen pitchfork bij zich heeft, kan hij door de marshal verwezen worden naar de Caddiemaster/shop om daar alsnog een pitchfork aan te schaffen.

Gebruik oefenfaciliteiten

Niet-leden die slechts gebruik willen maken van de oefenfaciliteiten, dienen alvorens zij gebruik maken van de verschillende oefenfaciliteiten, in het bezit te zijn van een bewijs van betaling c.q. toegangsbewijs dat hen recht geeft op gebruikmaking van deze faciliteiten.

Aansprakelijkheid

Gebruikers van het golfcomplex zijn aansprakelijk voor alle schade, van welke aard dan ook, die door hun toedoen of nalatigheid wordt veroorzaakt.

De vereniging en/of de aan haar gelieerde rechtspersonen, haar vertegenwoordiger(s), bestuursleden en/of personeel zijn niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door geheel of gedeeltelijk verlies dan wel beschadiging van eigendommen van clubleden, bedrijfsleden, greenfee-spelers en bezoekers en/of derden.

Verder bestaat geen enkele aansprakelijkheid van de Vereniging voor schade ontstaan door opgelopen letsel /dood als gevolg van het verblijf van spelers en derden op het golfcomplex, veroorzaakt anders dan door opzet of grove schuld van de zijde van de vereniging en/of aan haar gelieerde rechtspersonen.

Individuele aansprakelijkheid voor schade door handelen of nalaten van een individuele speler of derden kan niet aan de Vereniging worden toegerekend.

Een ieder die zich op de golfterreinen cum annexis bevindt wordt geacht zich voldoende te hebben verzekerd voor wettelijke aansprakelijkheid, ziekte/ongevallen en schade aan eigendommen.

Noch de vereniging en/of de aan haar gelieerde rechtspersonen, haar vertegenwoordiger, noch de bestuursleden en/of personeel is wettelijk of anderszins aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door vertraging, door welke oorzaak dan ook, voor of tijdens het bespelen van de baan opgetreden, dan wel die is veroorzaakt door afwijking van de starttijd, om welke reden dan ook.

Noch de vereniging en/of de aan haar gelieerde rechtspersonen, noch haar vertegenwoordiger, bestuursleden en/of personeel kan wettelijk of anderszins verplicht worden tot, tegen gedeeltelijke of gehele terugbetaling, terugname van een reeds betaalde greenfee.

Overige bepalingen

Bij het niet naleven van de bepalingen in dit baanreglement of de huisregels riskeert een speler (tijdelijke) uitsluiting van toegang tot het golfterrein van de Golfclub Almeerderhout. Indien het een lid van de Golfclub Almeerderhout betreft, kan de baancommissie, na verificatie van de feiten, over het optreden van het lid een klacht indienen bij het bestuur. Het bestuur kan besluiten het lid voor een bepaalde duur het speelrecht te ontzeggen. Tegen deze uitspraak is beroep mogelijk bij de commissie van beroep.

Plaatselijke regels

De vaste plaatselijke regels worden vermeld op de scorekaart, de tijdelijke plaatselijke regels worden kenbaar gemaakt het publicatiebord in de hal naast de receptie en buiten in de aankondigingsborden.

Straf voor overtreding plaatselijke regel:
Matchplay- verlies van hole
Strokeplay- twee slagen

Plaatselijke regel A-1 Buiten de baan
Buiten de baan (Out of Bounds) wordt aangegeven met witte palen of palen met witte kop.

Plaatselijke regel B-1  Hindernis

De met rode palen gemarkeerde hindernis langs Markermeer 1,2 en 4  en IJmeer 3, 5, 6 en 8 is maar aan één kant gemarkeerd en strekt zich uit tot het oneindige.

Plaatselijke regel E-1.3 Droppingzone IJmeer 3

Als een bal in de hindernis ligt of als het bekend of praktisch zeker is dat een bal die niet is gevonden tot stilstand is gekomen in de hindernis achter de green van IJmeer 3 mag de speler:

Een bal opnieuw spelen met een strafslag van waar hij eerder geslagen heeft (R 17.1d (1).

Of de oorspronkelijke of een andere bal droppen met een strafslag in de droppingzone rechts naast de green van IJmeer 3, waarbij het referentie punt bepaald is door een paaltje. (vanaf het paaltje heeft de speler een halve cirkel met de straal van 1 stoklengte niet dichter bij de hole) Deze droppingzone is een dropzone zoals bedoeld in regel 14.3

De speler mag de hindernis niet ontwijken volgens R 17.1d(2) of R 17.1d(3).

Plaatselijke regel E-4 Ontwijken beluchtingsgaten
Als de bal van een speler in of tegen een beluchtingsgat ligt:

Bal in het algemene gebied. De speler mag deze belemmering ontwijken volgens R 16-1b. Als de bal tot stilstand   komt in een ander beluchtingsgat moet de bal geplaatst worden waar die tijdens de drop de baan raakte.

Bal op de green. De speler mag de belemmering ontwijken volgens R 16-1d.

Plaatselijke regel E-7 Schrikdraad
Als de bal van een speler op de baan ligt en binnen twee clublengten van schrikdraad dat de schapen binnen een bepaald gebied houdt, dan mag hij of zij de belemmering zonder straf ontwijken volgens Regel 16.1. Daarbij moet men het volgende referentiepunt gebruiken: Het punt dat twee clublengten van het hek is en op gelijke afstand van de hole. De bal moet minimaal twee clublengten van het hek worden gedropt.

Plaatselijke regel E-8.1 Abnormale baanomstandigheden
Abnormale baanomstandigheden (boomstronken (stobben), opgevulde stobbengaten, gebied met schapen, aangepaalde bomen, mollenklemmen, molshopen, GUR) al dan niet gemarkeerd met blauwe palen of witte lijnen zijn verboden speelzones. Bij een belemmering door deze verboden speelzones is het verplicht deze zonder straf te ontwijken volgens Regel 16.1f.

Plaatselijke regel E-8.2 Verboden speelzone M 1

Het gebied binnen de hindernis gemarkeerd rode palen met groene kop aan de rechterkant van Markermeer 1 is een verboden speelzone. Als de bal binnen de hindernis in deze verboden speelzone ligt, mag de bal niet worden gespeeld zoals deze ligt en moet de belemmering door de verboden speelzone met 1 strafslag worden ontweken volgens Regel 17.1.

Plaatselijke regel F-1 Abnormale baanomstandigheden en integrale delen van de baan

De houtwallen op een aantal plaatsen in de bosschages zijn integrale onderdelen van de baan en zijn dus geen obstakels.
Je dient de bal te spelen zoals die ligt of de bal onspeelbaar te verklaren en te handelen volgens regel 19.2

Tijdelijke plaatselijke regel: F-3.2″Aanleg pad Markermeer” (14 april 2022)
Daar, waar gebieden met beschadigde grond, direct grenzen aan het nieuwe geasfalteerde pad van de lus Markermeer, mag het pad en moeten deze gebieden ontweken worden als een enkele abnormale baanomstandigheid, gebruikmakend van R 16.1f.

Local Rule: Plaatsen
Vanaf 1 november 2022 is het toegestaan de bal te plaatsen in het op fairway-hoogte gemaaide gedeelte van de baan. Voor het opnemen van de bal dient de ligplaats te worden gemarkeerd. Na schoonmaken mag de bal eenmalig worden geplaatst binnen 15 cm. (de lengte van de gevouwen scorekaart) van waar de bal oorspronkelijk lag, niet dichter bij de hole.
Straf op overtreding:
Verlies van hole in Matchplay
Twee strafslagen in Strokeplay

Regels en interpretaties bij het spelen op Almeerderhout

Regel 16
Onder abnormale baanomstandigheden vallen behalve de in de local rules opgenomen voorbeelden ook gaten gemaakt door gravende dieren, (woelmuizen), sporen van werkvoertuigen en tijdelijk water.

Regel 17
Huidige situatie rond de green van Markermeer 9.

Na het verwijderen van de fairway-bunker voor het water en het uitbreiden van de waterhindernis is een nieuwe situatie ontstaan. Na uitvoerig overleg tussen de baan commissaris, de regelcommissie en de regiocommissaris van de NGF is besloten om het green-side deel van de waterhindernis aan te merken als een laterale waterhindernis. Deze laterale waterhindernis loopt dan van het laatste gele paaltje in de linker  hoek via de damwand van de “vang-bunker” naar het eerste gele paaltje aan de overkant van de waterhindernis gezien vanaf de green. De lijn van de waterhindernis wordt aangegeven door rode palen, rode punaises en markeringen op de beschoeiing. De lijn ligt zodanig dat droppen mogelijk is, mocht de bal onverhoopt toch weer de waterhindernis in rollen dan kan deze tegengehouden worden voor de bal het water in rolt. Wel dient dan opnieuw gedropt te worden, na herhaling van het probleem moet de bal geplaatst  worden daar waar de bal voor de tweede keer de baan raakte. Vanuit de green gezien, de overzijde van het water alle kanten uit is  gemarkeerd met gele palen en mag een bal gedropt worden zover naar achteren je wilt.

Er blijkt toch ook nog steeds verwarring te bestaan over opties bij de gewone (gele palen) en laterale (rode palen) waterhindernis.
De eerste optie die voor beiden geldt is terug gaan naar de plek waar de vorige slag gedaan werd. De tweede optie is een bal te droppen op de lijn gevormd door het punt waar de bal de waterhindernis het laatst gekruist heeft en de hole voor zover naar achteren als je wilt. Bij een laterale waterhindernis kan dit niet altijd waardoor de extra optie voor handen is om de bal te droppen in de ruimte gevormd door de grens van de waterhindernis en twee stoklengten van het punt waar het bal het laatst de waterhindernis grens gekruist heeft, niet dichter bij de hole. Dus ROOD is GEEL PLUS.

Regel 18
Door de stukken met hoog gras in de rough komt het nog al eens voor de een geslagen bal niet kan worden terug gevonden, in verband met de voortgang van het spel is de mogelijkheid gemaakt een “provisionele bal” te slaan. Deze beslissing moet je duidelijk aangeven bij je medespelers of tegenstander.

Nieuwe regels en interpretatie

Regelwijzigingen 2019 van de 

R&A en de NGF. Bekijk hier alle nieuwe regels.

Gevaren in de baan

Hoewel de baan er momenteel fantastisch bijligt moet ik jullie toch op een aantal gevaarlijke aspecten van het beoefenen van een sport in de vrije natuur wijzen!

Eikenprocessierups
De brandharen van de rups vormen voor de mens een gevaar voor de gezondheid. Het lichaam van de rups is bedekt met lange, witte haren die op roodachtige wratten staan ingeplant (dit zijn niet de brandharen). De brandharen (setae) zijn ongeveer 0,2 tot 0,3 millimeter lang, zijn pijlvormig en hebben weerhaakjes. De haren, die bij een bedreiging worden afgeschoten, kunnen dan makkelijk de huid, de ogen en de luchtwegen binnendringen. De stoffen die van de haren af komen veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, zwellingen, rode ogen en jeuk. In de meeste gevallen verdwijnen de klachten vanzelf. Niet alle personen zijn even gevoelig voor de brandharen.
In zeldzame gevallen kunnen andere verschijnselen ontstaan, namelijk braken, duizeligheid en koorts.
De rupsen hoeven niet te worden aangeraakt om in contact te komen met de brandharen. De haartjes verspreiden zich met de wind en kunnen zo in contact komen met wandelaars of fietsers. De haren verschijnen vanaf ongeveer half mei tot eind juni op de rupsen. De haren blijven ook na het vertrek van de rupsen in de nesten, die aan de stammen en dikke takken hangen, aanwezig. Na jaren kunnen deze nesten bij aanraking nog overlast veroorzaken.
Ook andere dieren, met name honden, kunnen last hebben van de brandharen van de rups.

Tekenbeet
Een tekenbeet is een wond die ontstaat als een teek met zijn zuigsnuit de huid van een gastheer doorboort om zich te voeden met diens bloed. Bij de beet komt speeksel van de teek in contact met de huid van de gastheer. In dit speeksel zit zowel een verdovende stof als een stof die bloedstolling tegengaat. Een tekenbeet wordt door de plaatselijke verdoving niet gevoeld en de stollingsremmer zorgt ervoor dat de teek bloed kan blijven zuigen omdat er geen stolsel wordt gevormd.
Tekenbeten kunnen bij de gastheer ziekten veroorzaken, waaronder bij de mens de Lymeziekte. Een tekenbeet veroorzaakt geen zwelling zoals de beet van een daas of de steek van wespen, bijen of hommels. De beten zijn meestal niet pijnlijk en worden vaak alleen opgemerkt doordat men de teek in de huid ziet zitten. De meeste tekenbeten komen voor in de zomer. Geschat wordt dat elk jaar bijna anderhalf miljoen Nederlanders een tekenbeet oplopen. Het gaat dan vrijwel altijd om een beet van de schapenteek.
Vanuit het oogpunt van preventie is het van belang om zoveel mogelijk te voorkomen dat teken een mens of huisdier als gastheer vinden. Als ze daar toch in slagen is het zaak ze te verwijderen voor besmetting optreedt. De meeste mensen die een tekenbeet oplopen doen dat in het bos, in het park of in de eigen tuin. Om een tekenbeet te voorkomen kan de mens zijn kleding met een insecten werend middel inspuiten, dat meestal DEET bevat. Deze stof verstoort de reukzin van de teek waardoor deze zijn eventuele gastheer niet meer kan waarnemen. Verdere preventie bij de mens bestaat uit het bedekt houden van alle lichaamsdelen; het is ook raadzaam om de broekspijpen in de sokken te stoppen en eventueel de randen van de sokken met DEET te behandelen.
Ondanks deze maatregelen kan men toch een tekenbeet oplopen. Daarom dient na het verlaten van het bos of ’s avonds het volledige lichaam gecontroleerd te worden op teken. Hoe eerder een teek verwijderd wordt, des te kleiner de kans is dat er een Lyme-besmetting optreedt.

Insectensteek
Een insectensteek wordt toegebracht door een angel. Stekende insecten vinden we uitsluitend onder de vliesvleugeligen: de bijen, wespen en mieren. Dit zijn de enige insecten die een legboor hebben die later is geëvolueerd tot een angel. Overigens hebben niet alle vliesvleugeligen een angel. Andere insectenorden, zoals de rechtvleugeligen (sprinkhanen en krekels), hebben ook een legboor, maar deze is nooit tot angel omgevormd, al lijkt het orgaan soms sabelvormig. Angels zijn dus legboren die veranderd zijn in wapens, met bijbehorende gifklieren. Mannetjes-insecten kunnen dan ook niet steken. Veel andere insecten (onder andere vlooien, luizen, wantsen, muggen, dazen) kunnen wel bijten of met de monddelen steken, ter voeding of ter verdediging.
Insecten steken om verschillende redenen:
• uit zelfverdediging
• ter bescherming van het nest
• het doden van eventuele prooidieren.
Bij zo’n steek wordt een gif in de wond gebracht en het is dan ook niet verwonderlijk dat een insectensteek pijnlijk kan zijn.
Wespen hebben een gladde angel en kunnen herhaaldelijk steken. Bijen hebben weerhaakjes aan hun angel, die het moeilijk maakt de angel terug te trekken. Dat is meestal geen probleem als een dier wordt gestoken, maar een mens zal meestal naar een stekende bij gaan slaan, zodat de bij moet vluchten en geen tijd heeft om de angel terug te trekken. De angel blijft dus in de huid van de mens zitten, vaak met het nog pompende gifblaasje er nog aan. Dit kan men het beste zo snel mogelijk wegkrabben met een creditcard of met de nagel. De bij verliest een deel van haar ingewanden en sterft korte tijd later.
Bijen- en wespensteken kunnen flink pijnlijk zijn, en het getroffen ledemaat kan behoorlijk opzwellen en nog dagen tot een week pijn blijven doen. Los hiervan kunnen mensen allergisch zijn voor wespen- of bijensteken. Dit komt echter veel minder vaak voor dan men denkt – de meeste ‘allergische’ reacties zijn gewoon fikse lokale afweerreacties op het gif. In Nederland overlijden per jaar enkele mensen aan een bijen- of wespensteek, hetzij door een anafylactische reactie, hetzij doordat ze in hun mond of keel gestoken worden (drinken uit een flesje of blikje limonade met een wesp erin) met als gevolg opzwellen van de luchtwegen. Er zijn enkele gevallen bekend waarin 20 wespensteken dodelijk waren.

Brandnetel
Brandnetel, Urtica, is een plantengeslacht, waarvan in Nederland en België de grote brandnetel, Urtica dioica en de kleine brandnetel, Urtica urens, voorkomen. Het geslacht kent tussen de 30 en 45 soorten, waarvan er 4 in Midden-Europa voorkomen. Via import wordt nu regelmatig de Zuidelijke brandnetel (Urtica membranacea) gevonden.[1][2]
Aanraking met brandnetels wordt gemeden door de mens, omdat de brandharen van de plant jeukende en geprikkelde huidirritaties veroorzaken. Deze brandharen (uitsteeksels van de bladeren) bevatten namelijk stoffen als histamine en diverse zuren. Niettemin wordt brandnetel ook wel in de keuken gebruikt, bijvoorbeeld voor soep of kruidenthee. De brandharen verliezen hun werking door de bladeren te koken of te drogen.
De bloemtrossen van de grote brandnetel hangen in okselstandige aren, van de kleine brandnetel staan ze rechtop. Beide brandnetels hebben brandharen aan de stengel en aan de onderzijde en rand van het blad. (bron Wikipedia)