Een vraag die ons, zelfs vanuit de Hoofdklasse, werd gesteld, is: Waar ligt het dichtstbijzijnde referentiepunt als je bal op een verhard pad ligt. We zetten dit hieronder eens op een rijtje. Regel 16.1a is hier van toepassing.
Allereerst de vraag: waar ligt de bal precies?
Ligt de bal op een pad dan is de vraag:
- Ligt deze op een natuurlijk onverhard pad? Dan is dit pad onderdeel van de baan, tenzij er een lokale regel is ingesteld dat een onverhard pad als abnormale baanomstandigheid is gedefinieerd. De bal moet dan gespeeld worden zoals hij ligt.
- Ligt de bal op een door de mens gemaakt kunstmatig verhard pad (inclusief de kunstmatige randen ervan) dan is er sprake van een vast obstakel dat je zonder straf mag Hier staat mag want je mag er altijd voor kiezen om de bal zonder straf vanaf een verhard pad te spelen.
Waar ligt nu het dichtstbijzijnd referentiepunt?
Als de bal op het verharde pad ligt, is het dichtstbijzijnd referentiepunt de plek waar je bal kan liggen én waar je geen hinder meer hebt van het verharde pad. Je moet dus het pad in z’n geheel ontwijken. Dit ene referentiepunt ligt altijd in het algemene gebied en niet in een bunker, een hindernis of op de green. En uiteraard is het dichtstbijzijnd referentiepunt voor een linkshandige speler op een andere plek dan voor een rechtshandige speler.
Hoe neem ik nu een drop vanaf het verharde pad? (zie foto voor een rechtshandige speler)
- Als je bal op het pad ligt, laat je deze in eerste instantie gewoon liggen.
- Dan neem je ter hoogte van waar je bal op het pad ligt een stand in waar je geen last meer hebt van het pad.
- Je kiest de club die je zou hebben genomen als de bal daar had gelegen.
- Je plaatst je club op de grond en steekt een Tee naast het clubhoofd. Dit is referentiepunt 1.
- Dan plaats je aan de andere zijde van het pad een Tee waar je bal kan hebben gelegen zonder last te hebben van het pad. Dit is referentiepunt 2.
- Het referentiepunt welke het dichtst bij je bal op het pad ligt is het dichtstbijzijnd referentiepunt zonder enige hinder.
- Vervolgens meet je met de langste club uit je tas (zonder headcover), niet zijnde je putter, vanaf dit dichtstbijzijnd referentiepunt met één clublengte de dropzone uit, die niet dichter bij de hole is. Je hebt nu een dropzone bepaalt.
- Dan neem je je bal op van het pad en drop je dezelfde of een andere bal in deze dropzone. De bal is nu opnieuw in het spel. Dit alles zonder strafslag.
- En tenslotte vergeet niet de geplaatste Tees terug op te pakken!
Het is dus niet moeilijk om een verhard pad zonder straf te ontwijken. Maar bedenk wel dat er maar één dichtstbijzijnd referentiepunt is en die kan ook onder de struiken, vóór een boom of in het hogere gras zijn. Dus je bepaalt het nearest en niet nicest punt zonder belemmering. En dan is spelen van het pad misschien toch een betere oplossing.
Tip: lees altijd de (tijdelijke) lokale regels van de baan voordat je de baan in gaat! Deze maken veel duidelijk.
Doe er je voordeel mee!
De R&H commissie

