De positieve reactie van de RIJP (overheid) en de welwillende houding van het stadsbestuur van Almere (met o.a. landdrost Han Lammers) geven het Stichtingsbestuur van Almeerderhout het vertrouwen om snel door te pakken. De volgende stap: kennismaken met de Nederlandse Golf Federatie (NGF).
De ontvangst is hartelijk. “Almeerderhout? Het tweede golfinitiatief in Flevoland? Wat een prachtig initiatief!” klinkt het enthousiast. We spreken af dat de in aanleg zijnde Openbare Golfbaan Zeewolde, ontwikkeld door de RIJP als onderdeel van een recreatieschap, niet als concurrent zal worden gezien.
De NGF (waaronder regioconsul Willem van Ballegoijen de Jong) laat weten dat juist dit soort privé-initiatieven zijn waar men al jaren op hoopt. Tot 1973 telde Nederland slechts 21 golfclubs, vrijwel allemaal van vóór 1940. In de tien jaar daarna groeide dat aantal naar 41, mede dankzij openbare banen bij recreatieschappen rond grotere steden. Nieuwe faciliteiten trekken immers nieuwe golfers aan. Nederlanders blijken zeker open te staan voor de golfsport, maar privé-initiatieven blijven schaars.
Het enthousiasme aan tafel is voelbaar: eindelijk zit men tegenover vertegenwoordigers van zo’n nieuw particulier initiatief. Dat geen van ons bestuursleden golfer is, lijkt niemand te deren. “Dat komt vanzelf wel,” zien we hen denken.
Als ervaren (sport)bestuurders weten wij echter wat er organisatorisch en financieel nodig is. Op de te pachten 65 hectare moet een volwaardig golfcomplex van hoge kwaliteit verrijzen. Dat vraagt om specialisten: een landschapsarchitect, een golfbaanarchitect voor de lay-out, aannemers met kennis van bouwen op zeeklei en bijbehorende afwatering, en bouwbedrijven met ervaring in clubhuizen en greenkeepersfaciliteiten.
Gaandeweg groeit het besef dat we twee werelden moeten samenbrengen: een golfbaan vraagt om bedrijfsmatig bestuur en financieel rendement, terwijl een vereniging juist draait om verbondenheid, warmte en gezelligheid.
Juist omdat wij (nog) geen golfers zijn, kijken we zonder vaste patronen naar de uitdagingen die voor ons liggen. We voelen dat deze missie veel energie zal vragen, maar minstens zoveel zal opleveren. Vol verwachting kijken we uit naar de volgende stappen in dit bijzondere avontuur.
Wordt vervolgd!



