Plaatselijke Regels

Plaatselijke Regels (Local Rules)

Volgens de Official Guide to the Golfrules mag de regelcommissie plaatselijke regels maken en publiceren  wegens plaatselijke abnormale omstandigheden zolang zij  overeenkomen met de voorwaarden vermeldt in de Hoofdstuk IV van de Golfregels.
De vaste plaatselijke regels worden vermeld op de score kaart, de tijdelijke plaatselijke regels worden kenbaar gemaakt het publicatie bord in de hal naast de receptie en buiten in de aankondigingsborden.
Straf voor overtreding plaatselijke regel:
Matchplay- verlies van hole
Strokeplay- twee slagen

Plaatselijke regels:

Plaatselijke regel A-1 Buiten de baan
Buiten de baan (Out of Bounds) wordt aangegeven met witte palen of palen met witte kop.
Plaatselijke regel B-1  Hindernis
De met rode palen gemarkeerde hindernis langs Markermeer 2 en 4  en IJmeer 3, 5, 6 en 8 is maar aan een kant gemarkeerd en strekt zich uit tot het oneindige.
Plaatselijke regel E-7  Schrikdraad
Als de bal van een speler op de baan ligt en binnen twee clublengten van schrikdraad dat de schapen binnen een bepaald gebied houdt, dan mag hij of zij de belemmering zonder straf ontwijken volgens Regel 16.1. Daarbij moet men het volgende referentiepunt gebruiken: Het punt dat twee clublengten van het hek is en op gelijke afstand van de hole. De bal moet minimaal twee clublengten van het hek worden gedropt.
Plaatselijke regel E-8.1 Abnormale baanomstandigheden
Abnormale baanomstandigheden (Gebied met schapen, Aangepaalde bomen, Mollenklemmen, Molshopen, GUR) al dan niet gemarkeerd met blauwe palen of witte lijnen zijn verboden speelzones. Bij een belemmering door deze verboden speelzones is het verplicht deze zonder straf te ontwijken volgens Regel 16.1f.
Plaatselijke regel E-8.2 Verboden Speelzone M 1 en Par 3 baan.
Het gebied binnen de hindernis gemarkeerd rode palen met groene kop aan de rechterkant van Markermeer 1 en de linkerkant van de Par 3 baan ( hole 7,8 en 9) is een verboden speelzone. Als de bal binnen de hindernis in deze verboden speelzone ligt, mag de bal niet worden gespeeld zoals deze ligt en moet de belemmering door de verboden speelzone worden ontweken volgens Regel 17.1.
Plaatselijke regel F-1 Abnormale baanomstandigheden en integrale delen van de baan 
De houtwallen op een aantal plaatsen in de bosschages zijn een integrale onderdelen van de baan en dus niet als een obstakels te beschouwen.
Je dient de bal te spelen zoals die ligt of de bal onspeelbaar te verklaren en te handelen volgens regel 19.2
Plaatselijke regel E-1.3 Dropping zone IJmeer 3
Als een bal in de hindernis ligt of als het bekend of praktisch zeker is dat een bal die niet is gevonden tot stilstand is gekomen in de hindernis achter de green van IJmeer 3 mag de speler:
1. Een bal opnieuw spelen met een strafslag van waar hij eerder geslagen heeft (R 17.1d (1).
2. De oorspronkelijke of een andere bal droppen met een strafslag in de dropping zone rechts naast de green van IJmeer 3, waarbij het referentie punt bepaald is door een paaltje. (vanuit het paatje heeft de speler een halve cirkel met de straal van 1 stoklengte niet dichter bij de hole) Deze dropping zone is een dropzone zoals bedoeld in regel 14.3
3. De speler mag de hindernis niet ontwijken volgens R 17.1d(2) of R 17.1d(3).
Tijdelijke Plaatselijke Regel E-4. Ontwijken beluchtingsgaten.
Als de bal van een speler in of tegen een beluchtingsgat ligt in het algemene deel van de baan mag de speler deze belemmering ontwijken volgens Regel 16.1b. Als de bal tot stilstand komt in een ander beluchtingsgat dan mag de speler deze opnieuw volgens deze plaatselijke regel ontwijken.
Echter er is geen sprake van belemmering als het beluchtingsgat alleen een belemmering vormt voor de stand van de speler.
Tijdelijke plaatselijke Regel E-10. Paaltjes rond bomen in de baan
Rond een aantal bomen in de baan staan korte paaltjes die dienen ter bescherming van de bomen tijdens het maaien van het gras.
Deze bomen met de palen dienen als aangepaalde bomen beschouwd te worden en vormen dus een verboden speelzone.
Als de bal van de speler ergens op de baan, maar niet in een hindernis ligt en deze ligt op of tegen een dergelijke boom of een dergelijke boom vormt een belemmering voor de stand van de speler of de ruimte voor de voorgenomen swing, dan moet de speler de belemmering ontwijken volgens regel 16.1f
Tijdelijke plaatselijke Regel E-3 Plaatsen.
Als de bal van een speler, in het algemene gebied gemaaid op fairway-hoogte of lager ligt, mag de speler een bal zonder straf eenmaal, na markeren, opnemen, schoonmaken en plaatsen op een plek naar keuze  binnen 15 cm van de markering niet dichter bij de hole.