Gevaren in de baan

Gevaren op de golfbaan Almeerderhout 2019
Hoewel de baan er momenteel fantastisch bijligt moet ik jullie toch op een aantal gevaarlijke aspecten van het beoefenen van een sport in de vrije natuur wijzen!
A. Eikenprocessierups.
De brandharen van de rups vormen voor de mens een gevaar voor de gezondheid. Het lichaam van de rups is bedekt met lange, witte haren die op roodachtige wratten staan ingeplant (dit zijn niet de brandharen). De brandharen (setae) zijn ongeveer 0,2 tot 0,3 millimeter lang, zijn pijlvormig en hebben weerhaakjes. De haren, die bij een bedreiging worden afgeschoten, kunnen dan makkelijk de huid, de ogen en de luchtwegen binnendringen. De stoffen die van de haren af komen veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, zwellingen, rode ogen en jeuk. In de meeste gevallen verdwijnen de klachten vanzelf. Niet alle personen zijn even gevoelig voor de brandharen.
In zeldzame gevallen kunnen andere verschijnselen ontstaan, namelijk braken, duizeligheid en koorts.
De rupsen hoeven niet te worden aangeraakt om in contact te komen met de brandharen. De haartjes verspreiden zich met de wind en kunnen zo in contact komen met wandelaars of fietsers. De haren verschijnen vanaf ongeveer half mei tot eind juni op de rupsen. De haren blijven ook na het vertrek van de rupsen in de nesten, die aan de stammen en dikke takken hangen, aanwezig. Na jaren kunnen deze nesten bij aanraking nog overlast veroorzaken.
Ook andere dieren, met name honden, kunnen last hebben van de brandharen van de rups.
B.Tekenbeet
Een tekenbeet is een wond die ontstaat als een teek met zijn zuigsnuit de huid van een gastheer doorboort om zich te voeden met diens bloed. Bij de beet komt speeksel van de teek in contact met de huid van de gastheer. In dit speeksel zit zowel een verdovende stof als een stof die bloedstolling tegengaat. Een tekenbeet wordt door de plaatselijke verdoving niet gevoeld en de stollingsremmer zorgt ervoor dat de teek bloed kan blijven zuigen omdat er geen stolsel wordt gevormd.
Tekenbeten kunnen bij de gastheer ziekten veroorzaken, waaronder bij de mens de Lymeziekte. Een tekenbeet veroorzaakt geen zwelling zoals de beet van een daas of de steek van wespen, bijen of hommels. De beten zijn meestal niet pijnlijk en worden vaak alleen opgemerkt doordat men de teek in de huid ziet zitten. De meeste tekenbeten komen voor in de zomer. Geschat wordt dat elk jaar bijna anderhalf miljoen Nederlanders een tekenbeet oplopen. Het gaat dan vrijwel altijd om een beet van de schapenteek.
Vanuit het oogpunt van preventie is het van belang om zoveel mogelijk te voorkomen dat teken een mens of huisdier als gastheer vinden. Als ze daar toch in slagen is het zaak ze te verwijderen voor besmetting optreedt. De meeste mensen die een tekenbeet oplopen doen dat in het bos, in het park of in de eigen tuin. Om een tekenbeet te voorkomen kan de mens zijn kleding met een insecten werend middel inspuiten, dat meestal DEET bevat. Deze stof verstoort de reukzin van de teek waardoor deze zijn eventuele gastheer niet meer kan waarnemen. Verdere preventie bij de mens bestaat uit het bedekt houden van alle lichaamsdelen; het is ook raadzaam om de broekspijpen in de sokken te stoppen en eventueel de randen van de sokken met DEET te behandelen.
Ondanks deze maatregelen kan men toch een tekenbeet oplopen. Daarom dient na het verlaten van het bos of ’s avonds het volledige lichaam gecontroleerd te worden op teken. Hoe eerder een teek verwijderd wordt, des te kleiner de kans is dat er een Lyme-besmetting optreedt.
C. Insectensteek
Een insectensteek wordt toegebracht door een angel. Stekende insecten vinden we uitsluitend onder de vliesvleugeligen: de bijen, wespen en mieren. Dit zijn de enige insecten die een legboor hebben die later is geëvolueerd tot een angel. Overigens hebben niet alle vliesvleugeligen een angel. Andere insectenorden, zoals de rechtvleugeligen (sprinkhanen en krekels), hebben ook een legboor, maar deze is nooit tot angel omgevormd, al lijkt het orgaan soms sabelvormig. Angels zijn dus legboren die veranderd zijn in wapens, met bijbehorende gifklieren. Mannetjes-insecten kunnen dan ook niet steken. Veel andere insecten (onder andere vlooien, luizen, wantsen, muggen, dazen) kunnen wel bijten of met de monddelen steken, ter voeding of ter verdediging.
Insecten steken om verschillende redenen:
• uit zelfverdediging
• ter bescherming van het nest
• het doden van eventuele prooidieren.
Bij zo’n steek wordt een gif in de wond gebracht en het is dan ook niet verwonderlijk dat een insectensteek pijnlijk kan zijn.
Wespen hebben een gladde angel en kunnen herhaaldelijk steken. Bijen hebben weerhaakjes aan hun angel, die het moeilijk maakt de angel terug te trekken. Dat is meestal geen probleem als een dier wordt gestoken, maar een mens zal meestal naar een stekende bij gaan slaan, zodat de bij moet vluchten en geen tijd heeft om de angel terug te trekken. De angel blijft dus in de huid van de mens zitten, vaak met het nog pompende gifblaasje er nog aan. Dit kan men het beste zo snel mogelijk wegkrabben met een creditcard of met de nagel. De bij verliest een deel van haar ingewanden en sterft korte tijd later.
Bijen- en wespensteken kunnen flink pijnlijk zijn, en het getroffen ledemaat kan behoorlijk opzwellen en nog dagen tot een week pijn blijven doen. Los hiervan kunnen mensen allergisch zijn voor wespen- of bijensteken. Dit komt echter veel minder vaak voor dan men denkt – de meeste ‘allergische’ reacties zijn gewoon fikse lokale afweerreacties op het gif. In Nederland overlijden per jaar enkele mensen aan een bijen- of wespensteek, hetzij door een anafylactische reactie, hetzij doordat ze in hun mond of keel gestoken worden (drinken uit een flesje of blikje limonade met een wesp erin) met als gevolg opzwellen van de luchtwegen. Er zijn enkele gevallen bekend waarin 20 wespensteken dodelijk waren.
D. Brandnetel
Brandnetel, Urtica, is een plantengeslacht, waarvan in Nederland en België de grote brandnetel, Urtica dioica en de kleine brandnetel, Urtica urens, voorkomen. Het geslacht kent tussen de 30 en 45 soorten, waarvan er 4 in Midden-Europa voorkomen. Via import wordt nu regelmatig de Zuidelijke brandnetel (Urtica membranacea) gevonden.[1][2]
Aanraking met brandnetels wordt gemeden door de mens, omdat de brandharen van de plant jeukende en geprikkelde huidirritaties veroorzaken. Deze brandharen (uitsteeksels van de bladeren) bevatten namelijk stoffen als histamine en diverse zuren. Niettemin wordt brandnetel ook wel in de keuken gebruikt, bijvoorbeeld voor soep of kruidenthee. De brandharen verliezen hun werking door de bladeren te koken of te drogen.
De bloemtrossen van de grote brandnetel hangen in okselstandige aren, van de kleine brandnetel staan ze rechtop. Beide brandnetels hebben brandharen aan de stengel en aan de onderzijde en rand van het blad. (bron Wikipedia)